header

Het mysterie van het Koninkrijk

‘Als ik dankzij een kracht die van God komt demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen!’ (Lucas 11:20)

In het Nieuwe Testament spreekt Jezus soms over het Koninkrijk alsof het al gekomen is. Zijn wonderen en tekenen getuigen ervan. Op andere momenten zegt Jezus dat het Koninkrijk pas aan het einde van de tijd aanbreekt, als Hij opnieuw komt. Tot die tijd geneest niet iedereen, raast het onrecht voort in de wereld, en zucht en lijdt de schepping. De gemeente van Christus staat volop in dit spanningsveld.

Tussentijd

Als Jezus opstaat uit de dood, is duidelijk dat het Koninkrijk van God daadwerkelijk is gekomen: de dood is overwonnen! Maar Israël had verwacht dat alle doden zouden worden opgewekt als Gods Koninkrijk aanbrak, en dat blijft uit. De wereld lijkt onverminderd in de greep van het kwaad. De schepping zucht en lijdt nog steeds. Het wordt de eerste christenen duidelijk dat de komst van het Koninkrijk op de een of andere manier niet samenvalt met de voleinding van het Koninkrijk.

Paulus brengt dit in zijn brieven onder woorden als hij spreekt over de “toekomende eeuw” (het Koninkrijk van God, de nieuwe schepping) die is aangebroken, terwijl de “tegenwoordige boze eeuw” (waarin de wereld in de greep is van de macht van de zonde en het kwaad) nog voortduurt. Er opent zich een spanningsvolle “tussentijd”.

Als gemeente van Christus leven we “tussen de tijden”: de nieuwe tijd is begonnen, terwijl de tegenwoordige tijd – met alle gebrokenheid en het woeden van het kwaad in de wereld – nog voortduurt. Soms breekt Gods toekomst opeens verrassend in, als een voorproefje, een hoopvol teken van wat gaat komen. We leven van de “krachten van de toekomende eeuw” en proeven nu al van Gods toekomst (Hebreeën 6: 5). Tegelijk laat die toekomst nog op zich wachten.

Leven in het spanningsveld

In New Wine willen we volop in dat spanningsveld blijven staan. We strekken ons steeds vol verwachting uit naar het doorbreken van Gods toekomst – bijvoorbeeld als we in Jezus’ naam bidden om genezing en herstel, en in Jezus’ naam opstaan tegen sociaal, economisch of ecologisch onrecht. Tegelijk zijn we niet verbaasd als die toekomst op zich laat wachten, want we weten dat we leven in een tussentijd waarin het Koninkrijk nog niet in volheid is aangebroken.

De Zuid-Afrikaanse theoloog Derek J. Morphew (De grote doorbraak) schrijft treffend:

‘Christenen die het Koninkrijk begrijpen, balanceren in hun leven tussen twee werelden en weten nooit wanneer een heel gewone kerkdienst tot een ultieme ontmoeting wordt, of wanneer een moment van persoonlijke stille tijd gevuld wordt met de krachten van de toekomende eeuw. De wereldbeschouwing van het Koninkrijk doet ons voortdurend openstaan voor tekenen en wonderen en overweldigend ingrijpen van God. Tegelijk geeft het ons geduld als dingen nog uitblijven. Iedere belofte van God, elk profetisch woord, elke roeping, elke bediening waarbij we betrokken zijn, is gekleurd door het mysterie van het Koninkrijk: het wordt steeds uitgesteld door God en is toch vlak om de hoek. We leven proevend, maar ook nog watertandend; gevuld en tegelijk nog hongerend; vervuld en tegelijk nog verlangend – we hebben alles ontvangen en tegelijk hebben we het nog zo hard.’

Iedere belofte van God, elk profetisch woord, elke roeping, elke bediening waarbij we betrokken zijn, is gekleurd door het mysterie van het Koninkrijk: het wordt steeds uitgesteld door God en is toch vlak om de hoek.

Ronald Westerbeek