header

Voorpost van het Koninkrijk

‘Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.’ (1 Petrus 2:9)

Elke plaatselijke kerk is bedoeld als een voorpost van Gods Koninkrijk. Hier mag concreet iets zichtbaar worden – in een gemeenschap waar Woord en sacrament bediend worden en de Geest tot leven wekt. Een gemeenschap van vergeven mensen die ook elkaar vergeven, van genezing en bevrijding. Een gemeenschap die opkomt voor gerechtigheid en vrede.

In het Nieuwe Testament wordt de christelijke gemeente de “eersteling” genoemd van de nieuwe oogst. Ofwel: het daadwerkelijke begin van Gods nieuwe schepping (Jakobus 1: 18; Openbaring 14: 4). Dit is waar Gods Geest is uitgestort, dit is waar Gods toekomst is begonnen. Dit is het volk van zijn nieuwe verbond.

In die concrete geloofsgemeenschap mag het evangelie daadwerkelijk “goed nieuws” worden voor gebroken mensen – hier mogen we proeven Gods Koninkrijk. Dan gaat het heel concreet om de zichtbare christelijke gemeenschap: de lokale kerk. Theoloog Benno van den Toren schrijft:

“Deze gemeenschap is met al haar beperkingen geroepen om een stad op een berg en een licht in de donkere wereld te zijn. Deze zichtbare gemeenschap is ook een ‘eersteling’ van de eindtijd, het begin van de oogst (…) Als de gemeente het begin van de oogst is, dan zal er in de eerste plaats in de gemeente – meer dan in de wereld – iets zichtbaar mogen worden van het Koninkrijk” (Geestkracht 66, 2010, 13 – 21).

Hoe wordt dit dan concreet zichtbaar? Petrus schrijft: “U bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht” (1 Petrus 2:9). En de Heidelbergse Catechismus zegt vrijmoedig dat de christelijke gemeente deelt in de zalving van Jezus Christus als Koning, Priester en Profeet (zondag 12). Wat betekent dit voor de lokale kerk?

Het leven met de Koning vieren

In de gemeente ontdekken we samen het goede leven waarvoor we geschapen zijn: het échte leven dat gekomen is door Jezus, en dat werkelijkheid wordt door Gods Geest. Dat is allereerst een leven in aanbidding, waarin we van God mogen genieten en ons diepste geluk in Hem vinden.

We mogen het leven met God vieren en genieten van zijn goede scheppingsgaven – genieten van schoonheid en creativiteit, van de adembenemende natuur die Gods grootheid weerspiegelt, van liefde en vriendschappen. Het is een koninklijk leven in aanbidding. En dat houden we niet voor onszelf, maar we nodigen iedereen uit die God nog niet kent als Verlosser en Koning: “Kom, en proef de goedheid van de HEER!” (Psalm 34:9).

Een koninkrijk van priesters

We zijn ook een priesterlijke geloofsgemeenschap – een gemeenschap die de genade in Christus bedient aan gebroken mensen. God heeft ons “de bediening der verzoening” gegeven (2 Korintiërs 5:19). We mogen elkaar de handen opleggen en zegenen. We mogen genezing, bevrijding en herstel bedienen, in Jezus’ naam en in de kracht van de Geest. Jezus zelf nodigt ons uit om te leven als een gemeenschap van vrije mensen die vergeven zijn, en nu ook elkaar vergeven, zodat de gemeente een plaats van heling zal zijn (Matteüs 18:21–35; Efeziërs 4:31–5:2). De gemeente mag steeds “oefenplaats van de Geest” zijn, waar we ons oefenen in Gods toekomst.

Profetisch opstaan tegen het kwaad

Als gemeente van Christus verkondigen we het Koninkrijk van God óók door profetisch op te staan tegen de machten van het kwaad, en zelf “recht te doen, trouw te betrachten, en nederig de weg te gaan van je God” (Micha 6: 8).

In Jezus’ naam komen we op voor wie zwak en kwetsbaar is. We staan op tegen sociaal onrecht: economische uitbuiting, politieke onderdrukking, discriminatie, seksisme. We staan op tegen ecologisch onrecht – tegen elke vorm van verwoestende exploitatie van Gods schepping. We zijn een gemeenschap waar mensen bevrijding mogen ontvangen van de machten van zonde en kwaad – van zonde in hun eigen leven, die onvrij maakt, en van demonische machten die hen beroven van het volle leven met God.

Leven vanuit de toekomst

Elke gemeenschap van christenen is een verrassend begin van Gods nieuwe wereld. Wij zijn geroepen om gemeenschappen te zijn die vooruitlopen op de feiten, levend vanuit Gods toekomst.

Elke plaatselijke kerk mag een teken van genade zijn in een genadeloze wereld. Een gemeenschap die hoop biedt voor hopeloze gevallen. Waar genezing gevonden kan worden voor wat onherstelbaar beschadigd lijkt. Die in haar woorden en hun daden zegt: “Houd moed, het kwaad heeft niet het laatste woord, er komt een dag dat God ermee afrekent en een nieuwe werkelijkheid aanbreekt! Die nieuwe wereld komt met de dag dichterbij! Kom, en proef de goedheid van de Heer.”

Ronald Westerbeek